Blogserie: van Wob naar Woo – deel 8: actieve openbaarmaking

 3 mei 2022 | Blog

Afgelopen zondag was het zo ver: de Wet open overheid (Woo) is in werking getreden. Ter voorbereiding daarop publiceerden wij de afgelopen zeven weken een blogserie over een aantal belangrijke onderwerpen uit de nieuwe wet. In de laatste aflevering van deze serie staat de actieve openbaarmaking centraal.

Kern van de actieve openbaarmakingsregeling: lijst met (in beginsel) verplicht openbaar te maken informatie

Zoals in blog 1 al is opgemerkt is de belangrijkste bepaling van de actieve openbaarmakingsregeling (artikel 3.3 Woo) op 1 mei nog niet in werking getreden. Wanneer deze bepaling wel in werking gaat treden is op dit moment nog niet bekend. Toch schetsen wij alvast de hoofdlijnen van de nieuwe regeling.

Lijsten en overzichten

De regeling maakt onderscheid tussen

  • een korte lijst categorieën van informatie die verplicht (dat wil zeggen: zonder nadere afweging) openbaar gemaakt moet worden, en
  • een lange lijst met categorieën van informatie die openbaar gemaakt moet worden, tenzij een of meer van de uitzondering uit (artikel 5.1 of 5.2 van) de Woo van toepassing is (‘in beginsel openbaar’).

Op grond van deze tweede lijst moeten bijvoorbeeld in beginsel alle beschikkingen actief openbaar worden gemaakt. De Woo voorziet vervolgens voor de categorie (beschikkingen) echter in tal (21!) van uitzonderingen. Enkele  uitzonderingen zijn:

  • Sanctiebesluiten (behalve lasten en dwangsom of bestuursdwang in het omgevingsrecht),
  • Subsidiebesluiten gericht aan natuurlijke personen, en
  • Beschikkingen waarbij een aanvraag wordt afgewezen hoeven bijvoorbeeld niet actief openbaar te worden gemaakt.

Het zal (zeker in het begin) niet altijd eenvoudig zijn om te bepalen of bepaalde informatie op de lijst van (in beginsel) actief openbaar te maken stukken staat of niet.

Bovendien geldt voor subsidiebeschikkingen (gericht aan rechtspersonen), overige beschikkingen en schriftelijke klachtoordelen dat het bestuursorgaan mag kiezen om, in plaats van actieve openbaarmaking, de belangrijkste informatie daarover op te nemen in een elektronisch raadpleegbaar overzicht (artikel 3.3a Woo).

Wanneer moeten de documenten openbaar gemaakt worden?

Als de informatie actief openbaar gemaakt moet worden (lees: staat op de lijst en er doet zich – voor zover het niet gaat om absoluut openbaar te maken informatie – geen uitzondering voor) dan geldt in principe een korte openbaarmakingstermijn van uiterlijk twee weken na de ontvangst of de vaststelling van de informatie.

De gedachte is dat het mogelijk moet zijn om de werkprocessen van bestuursorganen zo in te richten dat reeds bij de voorbereiding rekening kan worden gehouden met de eventueel van toepassing zijnde uitzonderingen (bijvoorbeeld door bepaalde persoonsgegevens standaard te anonimiseren). Dat zou het mogelijk moeten maken om informatie vervolgens na vaststelling vrij snel openbaar te kunnen maken.

In een aantal gevallen schrijft de Woo overigens een alternatieve openbaarmakingstermijn voor. Voor bestuurlijke sancties in het omgevingsrecht geldt bijvoorbeeld dat die niet openbaar hoeven te worden gemaakt dan nadat deze onherroepelijk zijn geworden.

Verplicht om derden te informeren

Als derden naar verwachting bezwaar zullen hebben tegen de actieve openbaarmaking dan moeten deze derden van de voorgenomen openbaarmaking (en het tijdstip daarvan) op de hoogte worden gebracht. Deze mededeling wordt gelijkgesteld met een besluit en stelt derden in de gelegenheid om via een voorlopige voorziening te proberen de openbaarmaking te voorkomen.

Vangnetbepaling

Naast de lijst met categorieën van informatie die verplicht openbaar moet worden gemaakt, voorziet (artikel 3.1 van) de Woo ook in een vangnetbepaling. Op grond van die vangnetbepaling moeten bestuursorganen naar redelijkheid andere informatie actief openbaar te maken voor zover er ten aanzien van die informatie geen uitzonderingen van toepassing zijn. Uit de toelichting bij de Woo blijkt dat bestuursorganen ter invulling van deze vangnetbepaling beleid mogen opstellen en daarbij prioriteiten mogen stellen. De vangnetbepaling kan dus niet zo worden gelezen dat daarin voor bestuursorganen een algemene verplichting moet worden gelezen om in beginsel alle informatie actief openbaar te maken. De vangnetbepaling is overigens wel op 1 mei 2022 in werking getreden.   

De afleveringen uit deze serie

In deze blogserie zijn de onderstaande acht onderwerpen aan bod gekomen.

  1. Inleiding, inwerkingtreding, overgangsrecht
  2. Het Adviescollege
  3. De procedure bij passieve openbaarmaking – termijnen
  4. De procedure bij passieve openbaarmaking – omvangrijke verzoeken
  5. De procedure bij passieve openbaarmaking – misbruik
  6. De weigeringsgronden (deel 1)
  7. De weigeringsgronden (deel 2)
  8. Actieve openbaarmaking

Afgelopen zondag was het zo ver: de Wet open overheid (Woo) is in werking getreden. Ter voorbereiding daarop publiceerden wij de afgelopen zeven weken een blogserie over een aantal belangrijke onderwerpen uit de nieuwe wet. In de laatste aflevering van deze serie staat de actieve openbaarmaking centraal.

Kern van de actieve openbaarmakingsregeling: lijst met (in beginsel) verplicht openbaar te maken informatie

Zoals in blog 1 al is opgemerkt is de belangrijkste bepaling van de actieve openbaarmakingsregeling (artikel 3.3 Woo) op 1 mei nog niet in werking getreden. Wanneer deze bepaling wel in werking gaat treden is op dit moment nog niet bekend. Toch schetsen wij alvast de hoofdlijnen van de nieuwe regeling.

Lijsten en overzichten

De regeling maakt onderscheid tussen

  • een korte lijst categorieën van informatie die verplicht (dat wil zeggen: zonder nadere afweging) openbaar gemaakt moet worden, en
  • een lange lijst met categorieën van informatie die openbaar gemaakt moet worden, tenzij een of meer van de uitzondering uit (artikel 5.1 of 5.2 van) de Woo van toepassing is (‘in beginsel openbaar’).

Op grond van deze tweede lijst moeten bijvoorbeeld in beginsel alle beschikkingen actief openbaar worden gemaakt. De Woo voorziet vervolgens voor de categorie (beschikkingen) echter in tal (21!) van uitzonderingen. Enkele  uitzonderingen zijn:

  • Sanctiebesluiten (behalve lasten en dwangsom of bestuursdwang in het omgevingsrecht),
  • Subsidiebesluiten gericht aan natuurlijke personen, en
  • Beschikkingen waarbij een aanvraag wordt afgewezen hoeven bijvoorbeeld niet actief openbaar te worden gemaakt.

Het zal (zeker in het begin) niet altijd eenvoudig zijn om te bepalen of bepaalde informatie op de lijst van (in beginsel) actief openbaar te maken stukken staat of niet.

Bovendien geldt voor subsidiebeschikkingen (gericht aan rechtspersonen), overige beschikkingen en schriftelijke klachtoordelen dat het bestuursorgaan mag kiezen om, in plaats van actieve openbaarmaking, de belangrijkste informatie daarover op te nemen in een elektronisch raadpleegbaar overzicht (artikel 3.3a Woo).

Wanneer moeten de documenten openbaar gemaakt worden?

Als de informatie actief openbaar gemaakt moet worden (lees: staat op de lijst en er doet zich – voor zover het niet gaat om absoluut openbaar te maken informatie – geen uitzondering voor) dan geldt in principe een korte openbaarmakingstermijn van uiterlijk twee weken na de ontvangst of de vaststelling van de informatie.

De gedachte is dat het mogelijk moet zijn om de werkprocessen van bestuursorganen zo in te richten dat reeds bij de voorbereiding rekening kan worden gehouden met de eventueel van toepassing zijnde uitzonderingen (bijvoorbeeld door bepaalde persoonsgegevens standaard te anonimiseren). Dat zou het mogelijk moeten maken om informatie vervolgens na vaststelling vrij snel openbaar te kunnen maken.

In een aantal gevallen schrijft de Woo overigens een alternatieve openbaarmakingstermijn voor. Voor bestuurlijke sancties in het omgevingsrecht geldt bijvoorbeeld dat die niet openbaar hoeven te worden gemaakt dan nadat deze onherroepelijk zijn geworden.

Verplicht om derden te informeren

Als derden naar verwachting bezwaar zullen hebben tegen de actieve openbaarmaking dan moeten deze derden van de voorgenomen openbaarmaking (en het tijdstip daarvan) op de hoogte worden gebracht. Deze mededeling wordt gelijkgesteld met een besluit en stelt derden in de gelegenheid om via een voorlopige voorziening te proberen de openbaarmaking te voorkomen.

Vangnetbepaling

Naast de lijst met categorieën van informatie die verplicht openbaar moet worden gemaakt, voorziet (artikel 3.1 van) de Woo ook in een vangnetbepaling. Op grond van die vangnetbepaling moeten bestuursorganen naar redelijkheid andere informatie actief openbaar te maken voor zover er ten aanzien van die informatie geen uitzonderingen van toepassing zijn. Uit de toelichting bij de Woo blijkt dat bestuursorganen ter invulling van deze vangnetbepaling beleid mogen opstellen en daarbij prioriteiten mogen stellen. De vangnetbepaling kan dus niet zo worden gelezen dat daarin voor bestuursorganen een algemene verplichting moet worden gelezen om in beginsel alle informatie actief openbaar te maken. De vangnetbepaling is overigens wel op 1 mei 2022 in werking getreden.   

De afleveringen uit deze serie

In deze blogserie zijn de onderstaande acht onderwerpen aan bod gekomen.

  1. Inleiding, inwerkingtreding, overgangsrecht
  2. Het Adviescollege
  3. De procedure bij passieve openbaarmaking – termijnen
  4. De procedure bij passieve openbaarmaking – omvangrijke verzoeken
  5. De procedure bij passieve openbaarmaking – misbruik
  6. De weigeringsgronden (deel 1)
  7. De weigeringsgronden (deel 2)
  8. Actieve openbaarmaking